Biografie

Maaike Aarts studeerde drie jaar fulltime aan het Alexander Techniek Centrum Amsterdam (directie: Paul Versteeg en Tessa Marwick), waar ze december 2002 afstudeerde. Ze is een door STAT (the Society of Teachers of the Alexander Technique) gecertificeerde lerares en is lid van de Nederlandse Vereniging van Leraren in de Alexander Techniek (NeVLAT).

Koninklijk Concertgebouw Orkest ‘at the BBC Proms’ september 2005

In haar Alexander Techniek-praktijk in Amsterdam werkt ze veel met musici. Ook geeft ze les aan de lerarenopleiding Alexander Techniek Centrum Amsterdam, de Academie van het Concertgebouw Orkest en gaf ze Alexandertechniek les aan het Koninklijk Conservatorium van Den Haag. Maaike was van 2004 tot 2010 1e violiste in het Koninklijk Concertgebouw Orkest. Ze verliet het KCO om een betere balans tussen haar viool- en Alexander Techniek activiteiten te krijgen. Sinds 2014 is Maaike plaatsvervangend concertmeester van het Nederlands Kamerorkest, dat onder leiding staat van violist/concertmeester en artistiek leider Gordan Nikolic. Maaike speelt Memo» van Michel van der Aa

Mijn verhaal: de blinde vlek.

Toen ik 9 jaar was begon ik met vioolspelen. Ik had Isabelle van Keulen horen spelen, zat helemaal vooraan op de eerste rij, en besloot op dat moment dat ik violiste wilde worden. Altijd vond ik het spelen leuk, mijn moeder en vader hoefden me nooit aan te sporen. Eerder zeiden ze ‘stop nou eens met oefenen, kom nou eens gezellig beneden een spelletje doen!’

Maaike 12 jaar oud 1988

Ik ging naar het conservatorium op het moment dat ik ook naar de eerste klas van het gymnasium ging. Dat was hard werken. Vaak na school in de trein naar Utrecht voor vioolles, huiswerk maken in de trein en in de bus. Ik ging meedoen aan concoursen en won ook prijzen. De druk om goed te presteren werd voor mijn gevoel steeds hoger en ik had het gevoel aan alle hoge verwachtingen te moeten voldoen door keihard te werken. Dan lag het er in ieder geval niet aan dat ik mijn best niet had gedaan! Ik ging wel steeds beter spelen, maar voelde me tegelijkertijd muzikaal gezien steeds minder vrij tijdens het spelen. Ook begon ik steeds zenuwachtiger te worden en ik werd steeds banger om fouten te maken. Na het eindexamen ging ik naar het conservatorium en toen begonnen de problemen. Ik kreeg last van blessures: drie keer een peesschede ontsteking in mijn linkerpols en een keer een tenniselleboog rechts. Bovendien had ik om de haverklap griep. Er was iets behoorlijk uit balans, maar wat? Ik vond mezelf vooral een pechvogel. Ik werkte keihard, deed ontzettend mijn best; wat kon ik nog meer doen? In mijn examenjaar kreeg ik weer last van mijn linkerpols. Toen besloot ik dat ik deze kwestie tot de bodem wilde gaan uitzoeken. Ik wilde pas weer gaan spelen als de pijn helemaal weg was en ik de oorzaak van alle ellende had gevonden. Mijn examen heb ik toch gespeeld en ik kreeg wonder boven wonder nog een 9,5 met onderscheiding ook. Het frustrerende was dat ik wel talent had maar dat ik mezelf ontzettend in de weg zat. Maar daar was ik toen nog niet achter. In 1999 begon mijn zoektocht die anderhalf jaar zou duren. lees verder»