Basic principles

1 Dec 2010

 

“Inhibition”

Ho, stop! Even niet doorjakkeren! Voordat je iets wilt gaan doen, zoals bijvoorbeeld vioolspelen, neem je een momentje pauze. Je stopt even en vergroot zo je bewustzijn van jezelf als geheel en de omgeving om je heen. Doordat je even stopt krijg je meer informatie over jezelf: hoe sta ik erbij? Wil ik dit zo, of niet? Je merkt bijv. op dat je je nek onnodig aanspant.

“Direction”

Richtingen denken is als het richting geven aan een melodie; om naar het hoogtepunt toe te spelen hoef je alleen maar te weten waar dat is. Als je hersenen de goede opdracht geven gehoorzaamt je lichaam vanzelf. Er zijn vier richtingen: 1) je laat je nek en hals vrij zodat 2) je hoofd in balans is op de bovenste wervel en naar voren en omhoog kan gaan, zodat 3) je rug lang en breed kan worden en 4) de knieën naar voren en weg kunnen gaan. Door deze richtingen te denken coördineer je jezelf en zorg je ervoor dat je ademhaling vrij komt.

“Primary control”

De kwaliteit van de balans tussen het hoofd, de nek en de rug speelt een primaire rol in de kwaliteit van onze coördinatie. De ‘hoofd-nek-rug’ is primair, de armen en benen zijn secundair. Theoretisch kun je zonder armen en benen leven, maar zonder nek, hoofd of rug niet. Door het richting geven heb je de balans en coördinatie van nek, hoofd en rug hersteld. Dat heeft een gunstige invloed op de  armen en benen; die kunnen hun werk dan ook beter doen. Je zult bijvoorbeeld merken dat je vingers beter snelle loopjes kunnen spelen. Je hoeft minder hard te werken en ademen gaat makkelijker.

“The use of the self”

Hoe je iets doet (hoe je ‘jezelf gebruikt’) heeft heel veel invloed op het resultaat dat je wilt bereiken. Alleen…over het ‘hoe’ denken we meestal niet zo veel na. Als je bijvoorbeeld teveel moeite doet (onnodig veel spierspanning gebruikt) om trillers te spelen krijg je 1) een minder mooie triller, 2) hou je het minder lang vol en 3) bovendien heb je meer kans op het ontwikkelen van klachten.

Het gebruik van ons zelf is een constante factor in ons leven. We gebruiken onszelf de hele dag door op een bepaalde (on)gunstige manier. Door ons gebruik te verbeteren kunnen we zo de meest uiteenlopende zaken positief beïnvloeden.

“Kracht van de gewoonte”

Onze gewoonten (zowel mentaal als fysiek) hebben meestal de overhand. Dat is in veel gevallen heel handig en zelfs noodzakelijk. Maar als je gewoonten hebt die niet gu

nstig zijn kan dat voor problemen zorgen. Een groot probleem is dat we ons meestal niet bewust zijn van onze eigen gewoonten. Dat leidt tot een vervelende impasse want waar je je niet bewust van bent kun je natuurlijk ook niet veranderen! Door Alexandertechniek- lessen te nemen ontdek je hoe je jouw ongunstige gewoontepatronen kunt voorkomen.

“Onbetrouwbaar geworden gevoels-zintuig “

Het zesde zintuig is het zintuig dat ons informatie geeft over ons evenwicht, (ont)spanning, positie en beweging. Door verkeerde diep ingesleten gewoonten wordt ons zesde zintuig minder betrouwbaar. Wat goed of gewoon voelt is in werkelijkheid eigenlijk helemaal niet goed. Bijvoorbeeld als je altijd je rechterschouder omhoog trekt, voelen de schouders voor jou op een gegeven moment toch als even hoog. We bewegen en maken keuzes op basis van foute informatie die wel goed voelt, maar dat niet is! Dit maakt veranderen ontzettend moeilijk omdat je hersens het signaal ‘deze manier van bewegen is tegennatuurlijk’ niet meer oppikken. Precies zoals je de bril op je neus op een gegeven moment niet meer voelt.  Door Alexandertechniek- lessen te nemen wordt je zesde zintuig stukje bij beetje weer betrouwbaar. Daardoor wordt wat goed voelt hetzelfde als wat goed is!

“Reactiepatronen en preventie”

De Alexandertechniek gaat over hoe je reageert op de verschillende ‘prikkels’ (‘stimuli’) van het leven: van werken aan de computer tot een concert geven voor publiek. Reageer je gestrest met de bijbehorende overbodige spanning, of reageer je rustig en gaat je ademhaling door? Door bovenstaande stappen in praktijk te brengen merk je dat je in staat bent je eigen reactie bewuster te kiezen. Hierdoor heeft de Alexandertechniek een grote preventieve werking.

“Resultaat gericht zijn, oftewel end-gaining”

End-gaining betekent dat je iets doet zonder te denken aan hoe je het gaat doen en zonder rekening te houden met alle gevolgen op de lange termijn. Er zijn vele voorbeelden in het klein of groot te geven van activiteiten die teveel alleen op het korte termijn resultaat gericht zijn: het kappen van het regenwoud (nu geld verdienen, schade aan mens en natuur op de lange termijn buiten beschouwing laten), de hele dag doorwerken zonder pauzes (werkresultaat belangrijker maken dan je eigen gezondheid en rust), onderuitgezakt zitten voor de computer (niet nadenken over hoe je jezelf voor dat apparaat het best kunt gebruiken), tegen kinderen op de basisschool zeggen dat ze binnen één minuut zoveel mogelijk woordjes moeten oplezen (en zo veel stress in het jonge kinderlijf creëren), het bekken kantelen om een mooie houding te verkrijgen (adem vastzetten als een van de ongunstige bij-effecten), bij een eenvoudige keelontsteking antibiotica nemen (je bent dan mogelijk een dag eerder beter maar op de lange termijn draag je bij aan het eerder resistent worden van bacteriën).